Degustatie in 3 stappen

“Wijn proeven begint met een visueel onderzoek van de wijn… Beschrijf de kleur die u ziet (al dan niet helder, kleurintensiteit, schittering, etc…) door de wijn licht door het glas te walsen; zo wordt de kleur namelijk duidelijker zichtbaar tegen een witte ondergrond. De kleur van de wijn geeft een indicatie van zijn leeftijd. Als een rode wijn bijvoorbeeld paarsachtig van kleur is duidt dat op een jonge wijn. Een ietwat oranjeachtige kleur geeft aan dat het een oudere wijn betreft.

 

 

Bij stap twee komt de neus in actie: het olfactorisch onderzoek. Ruik aan het glas zonder het te bewegen. De eerste aroma’s vormen het ‘primaire bouquet’, dat ook meteen het visitekaartje van het druivenras is. Deze aroma’s zijn over het algemeen fruitig en vluchtiger dan andere aroma’s.

Nu mag u het glas voorzichtig walsen. Door de ronddraaiende beweging komt ook het ‘secundaire bouquet’ vrij. Deze aroma’s zijn ontstaan tijdens het alcoholische gistingproces.

Als de wijn goed lucht krijgt, kunt u het ‘tertiaire bouquet’ waarnemen: aroma’s die het resultaat zijn van oudering en die veelal doen denken aan (gedroogde) pruim, oud hout, rancio en madera.

 

 

Bij stap drie mogen de smaakpapillen aan het werk voor het gustatieve onderzoek: neem een klein slokje wijn en houdt dat enige tijd in de mond. Zuig een beetje lucht op en laat de wijn in de mond rondgaan.

Let vooral op de verschillende smaken (zuur, bitter, zoet, zout), de evenwichtigheid van de wijn en de lengte in de mond (afdronk die in de mond waarneembaar blijft nadat de wijn is doorgeslikt of uitgespuwd).

Wilt u nog even doorgaan?

Voor het beschrijven van de sensaties die u waarneemt, gebruikt u woorden als ‘structuur’, ‘opbouw’, ‘robuust’, ‘evenwichtig’, ‘corpulent’, ‘elegant’, ‘zacht’, ‘rijk’… De mond is bovendien in staat de temperatuur, de viscositeit, de aan- of afwezigheid van koolzuurgas en de astringentie van een wijn waar te nemen. Ook deze aspecten kunt u benoemen en beschrijven.

 

Wist u dat het uitspuwen eigenlijk ook deel uitmaakt van het proeven?

Veel mensen denken dat je de wijn beter kunt proeven door hem door te slikken. Niets is minder waar! De smaakpapillen zitten namelijk op de tong en niet in de maag!

Als u meerdere wijnen wilt proeven om deze met elkaar te kunnen vergelijken en als u liever niet dronken wordt, is het des te verstandiger om de wijn uit te spuwen in een kwispedoor (spuugbakje). Een vaas of emmer kan natuurlijk ook.

Het is het proberen zeker waard. En wees niet bang mensen u ongemanierd zullen vinden; het toont juist aan dat u een ervaren wijnproever en -liefhebber bent!